INSULINE: DE GLUCOSEREGELAAR VAN JE LICHAAM
Wat is het, wat doet het – en waarom is het zo belangrijk?
Voor veel mensen roept het woord ‘insuline’ meteen diabetes op. En dan volgt vaak de gedachte: “Dat is niet voor mij, ik heb geen diabetes.” Maar insuline is een hormoon dat bij iedereen, elke dag opnieuw, aan het werk is – ook bij gezonde mensen. Het speelt een cruciale rol in hoe je lichaam omgaat met voeding, energie en vetopslag.
Als je beter begrijpt wat insuline doet, snap je ook waarom je je soms energiek voelt en op andere momenten uitgeput, waarom je lichaam makkelijker vet vasthoudt of juist loslaat, en hoe dit alles verandert in verschillende levensfasen, zoals de (peri)menopauze.
Wat is insuline eigenlijk?
Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in je alvleesklier. Elke keer dat je iets eet – en vooral als je koolhydraten eet, zoals brood, pasta, rijst, fruit of zoetigheid – stijgt je bloedsuiker (glucose). En telkens dat gebeurt, krijgt je lichaam een seintje: “Er is suiker in het bloed!”
De alvleesklier reageert daarop door insuline aan te maken. Insuline zorgt er vervolgens voor dat glucose uit je bloed wordt opgenomen in je lichaamscellen, waar het gebruikt kan worden als energie of opgeslagen wordt voor later.
Waarom is insuline belangrijk?
Zie insuline als een soort sleutel: zonder insuline blijven de 'deurtjes' van je lichaamscellen dicht, en kan glucose er niet in. En dat is een probleem, want dan blijft er te veel suiker in je bloed én krijgen je cellen geen brandstof.
Dankzij insuline blijft je bloedsuiker in balans – niet te hoog, niet te laag – en krijgt je lichaam de energie die het nodig heeft om te functioneren.
Insuline beïnvloedt hoe je lichaam vet opslaat, en dus ook je gewicht beïnvloedt
Insuline bepaalt niet alleen hoeveel energie je lichaam gebruikt, maar ook hoeveel energie wordt opgeslagen als vet. Als je vaak eet of suikerrijke voeding kiest, moet je lichaam telkens opnieuw insuline aanmaken. Wanneer dat vaak en veel gebeurt, krijgt je lichaam de boodschap: “Er is genoeg brandstof – sla maar op.” Zo wordt overtollige energie sneller als vet opgeslagen, vooral rond je buik.
Een stabielere bloedsuiker en dus ook een stabielere insulineproductie, helpen je lichaam om minder op te slaan en meer te verbranden.
Insulinepieken zorgen vaak voor energiedips
Na een maaltijd met veel snelle suikers gaat je bloedsuiker snel omhoog. Je lichaam maakt dan insuline aan om die suiker uit je bloed te halen. Maar: als dat snel of in grote hoeveelheden gebeurt, zakt je bloedsuiker daarna vaak ook weer snel. Dat geeft je dat typische vermoeide, futloze gevoel, of zelfs honger kort na het eten.
Door je insulineniveau stabieler te houden via bewuste keuzes, blijf je langer helder, geconcentreerd en energiek.
Tijdens de (peri)menopauze verandert je gevoeligheid voor insuline
Door de daling van oestrogeen tijdens de (peri)menopauze verandert je hormonale balans. Dit heeft een directe invloed op hoe je lichaam met insuline omgaat. Veel vrouwen merken in deze fase dat ze sneller aankomen, vooral rond hun buik, of dat ze meer last hebben van energiedips.
Dat komt deels doordat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline. Door inzicht te krijgen in je glucosewaarden en insulinewerking, kun je gerichter inspelen op wat jouw lichaam in deze fase nodig heeft.
Wat neem je mee uit deze blog?